Bij astma is er sprake van "aspecifieke bronchiale hyperreactiviteit". Dit betekent dat allerlei vormen van prikkeling van de luchtwegen, zoals blootstelling aan sigarettenrook, wisselende temperaturen, scherpe luchtjes (schoonmaakmiddelen, parfums e.d.) en stofdeeltjes, aanleiding kunnen geven tot benauwdheid. Deze reacties hebben niets met allergie voor deze stoffen te maken. Het betreft een soort versterkte reflex van astmatische bronchiën om dicht te knijpen bij lichte irritatie. Ook inspanning kan op deze manier benauwdheid veroorzaken. Bij flinke inspanning gaan we sneller ademen en vaak ook door de mond ademen. Daardoor is de ingeademde lucht die de bronchiën bereikt wat koeler en droger dan tijdens rustige neusademhaling. Wanneer astma onvoldoende wordt behandeld kan dat al genoeg prikkeling van de bronchiën geven om luchtwegvernauwing te veroorzaken.
In de eerste plaats is het nodig om een zo goed mogelijke behandeling van astma in te stellen. Vrijwel iedereen met astma die niet voldoende wordt behandeld kan klachten krijgen. Zelfs bij de lichtste vormen van astma. Het is dus essentieel dat de onderhoudsbehandeling met inhalatiemedicijnen goed is gekozen. Natuurlijk is het net zo belangrijk dat je deze behandeling ook consequent gebruikt en aanpast in het geval van toename van de klachten. In het merendeel van de gevallen worden mensen op deze manier niet meer door astma belemmerd.
Astma is niet te genezen, maar het helpt wel om uit de buurt te blijven van prikkelende stoffen. Buitenshuis is dit soms lastig, in je eigen woonomgeving is dit een stuk makkelijker. Voor astmapatiënten is een goede en gezonde leefomgeving erg belangrijk. Je wilt zo min mogelijk last hebben van allergieën en bijwerkingen.
Je brengt een groot deel van je tijd door in je eigen woning. Dit betekent vooral het bestrijden van de huisstofmijt. Hiervoor moet je misschien je meubels, vloeren of beddengoed aanpassen. Ook huidschilfers en haren van huisdieren kunnen astma verergeren. Er zijn verschillende prikkels die een rol kunnen spelen, maar dit is individueel verschillend. Bedenk daarom eerst van welke prikkels je last hebt, om onzinnige maatregelen te voorkomen.
De meest voorkomende allergie bij astmapatiënten is die voor de uitwerpselen van de huisstofmijt. De huisstofmijt is een onzichtbaar klein diertje, dat zich voedt met huidschilfers en zich bij voorkeur in een stoffige, vochtige omgeving ophoudt. Allergie voor de huisstofmijt kan benauwdheid, slijmvorming en hoesten veroorzaken en bij mensen met astmatische klachten verergeren.
Als de huis- of longarts een huisstofmijtallergie vaststelt via een bloedprik of een huidtest, kan de arts medicijnen voorschrijven en het advies geven om het huis stofvrij te maken (saneren). Meestal is daarbij hulp mogelijk van de longverpleegkundige of praktijkondersteuner in de huisartsenpraktijk. Ook kan er advies gegeven worden over de woninginrichting, bijvoorbeeld wat je kunt gebruiken: zeil, tegels, parket of laminaat op de vloeren en liefst zo min mogelijk meubelen met een textiele bekleding en een pollenarme inrichting van de tuin.
In sommige beroepen is de blootstelling aan luchtwegprikkels hoog en nauwelijks te voorkomen. Zo zal een medewerker van een tropisch zwemparadijs onvermijdelijk aan warme, chloorhoudende lucht worden blootgesteld. Dit werkt prikkelend op de bronchiën. Ondanks adequate behandeling kunnen klachten dan soms toch blijven bestaan. Meestal is het door simpele aanpassingen van de werkomstandigheden wel mogelijk de blootstelling aan luchtwegprikkels te beperken. Het is belangrijk met de behandelend arts en met de bedrijfsarts te overleggen wat hiervoor de mogelijkheden zijn.
Bij beroepsastma zijn er naast astmatische klachten vaak ook allergische klachten van de bovenste luchtwegen zoals niezen, snotteren en jeuk in neus en ogen. Soms is er ook roodheid en jeuk van de huid die is blootgesteld aan de allergenen. Voorbeelden van beroepsastma zijn allergie voor meel bij bakkers, allergie voor pollen of plantensap in de (glas-)tuinbouw en allergie voor allerlei soorten dieren waarmee beroepsmatig contact bestaat. In tegenstelling tot wat algemeen wordt geloofd komt allergie voor chemische stoffen relatief weinig voor. Het is mogelijk dat isocyanaten die toegepast worden bij verschillende vormen van plastics en lakken een allergische reactie oproepen.